Geschiedenis

Geschiedenis

van het Sint-Rochusorgel

In eerste instantie, van juni 1889 tot augustus 1907, gebruikte men in de Sint-Rochuskerk van Blankenberge

het Berger-orgel van de Sint-Antoniuskerk.


Op 7 april 1906 werd tussen de kerkfabriek en de Brusselse orgelbouwer Georges Cloetens een contract afgesloten voor de bouw en levering van een nieuw orgel.

De plaatsing van het orgel startte op 17 juni 1907 en werd op maandag 12 augustus 1907 ingewijd.

Het meubel, zonder buffet, koste 23.500 fr.; een bedrag dat werd betaald door de gezusters Spilliaert.

Het was een volledig mechanisch instrument met 31 spelen, twee manualen en voetwerk.

Romantisch van opvatting bevatte het Sint-Rochusorgel veel op elkaar gelijkende stemmen.


Toen deken Jozef Loncke vanaf de zomer 1961 orgelconcerten organiseerde groeide het idee om het orgel te verbouwen en uit te breiden. De kerkfabriek besliste op 1 oktober 1961 tot:

'ombouw - vernieuwing - aanvulling van het orgel'.

Na een hele administratieve rompslomp werd op 5 juli 1964 aan de blinde orgelbouwer Aloïs Thunus uit Malmedy de vernieuwing, verbouwing en uitbreiding (positief in de balustrade) toegewezen voor de som van 952.400 fr.

Begin 1970 was de verbouwing gedeeltelijk klaar.

De kerkfabriek bevestigde op 28 juli 1977 dat de heer Thunus aan de verplichtingen voldaan had betreffende het orgel van de decanale kerk Sint-Rochus in Blankenberge.


Het Sint-Rochusorgel beschikt zodoende over 3 manualen + pedaal en 41 registers

Opbouw van het orgel:


Hoofdwerk:


Bourdon 16 voet

Prestant 8 voet

Gedekt 8 voet

Altviool 8 voet

Prestant 4 voet

Fluit 4 voet

Kwint 2 2/3 voet

Zwegel 2 voet

Vulwerk 3 koren

Cimbel 3 koren

Kornet 5 koren

Trompet 8 voet

Zwelwerk:


Principaal 8 v.

Fluit 8 v.

Zweving 8 v.

Kwintadeen 8 v.

Principaal 4 v.

Fluit 4 v.

Octaaf 2 v.

Kwint 1 1/3 v.

Vulwerk 3 koren

Harm. Trompet 8 v.

Schalmei 4 v.

Positief:


Roerfluit 8 v.

Prestant 4 v.

Spitsfluit 4 v.

Blokfluit 2 v.

Octaaf 1 v.

Cimbel 3 koren

Sesquialter 2 koren

Dulciaan 16 v.

Kromhoorn 8 v.


Pedaal:


Open bas 16 v.

Zachtbas 16 v.

Octaafbas 8 v.

Gedekt 8 v.

Koraalbas 4 v.

Nachthoorn 2 v.

Ruispijp 3 koren

Bazuin 16 v.

Trompet 8 v.

Tremulant


op zwelwerk en positief

Koppelingen:


Hoofdwerk aan pedaal

Zwelwerk aan pedaal

Positief aan pedaal


Zwelwerk aan hoofdwerk

Positief aan hoofdwerk

Positief aan zwelwerk

WEETJES:



De oude lengtemaat "voet" wordt in de orgelbouw gebruikt om de hoogte te bepalen van de pijpenreeksen

die 'registers' genoemd worden.


Een register 16 voet begint dus met een pijp van 16 voeten of 4,80 meter

De 8 voet geeft de normale toonhoogte.

16 voet gaat een octaaf lager, 4 voet gaat een octaaf hoger

2 voet gaat nog een octaaf hoger.


De aanduiding "koren" beduidt dat elke toets zoveel pijpen doet spreken als vermeld.


De metalen frontpijpen van het Sint-Rochusorgel zijn samengesteld uit een legering van 90/10 tin-lood.


Van uit de kerk gezien bevindt zich het 'Hoofd- en Zwelwerk' met klepdeuren voor expressie, in de orgelkast rechts.

Het volledig 'pedaalwerk' zit in de kast links.

Vooraan is het 'Positief' opgesteld in de balustrade.


Het Sint-Rochusorgel beschikt over 2646 orgelpijpen.

ORGANISTEN:



1889 - 1906 Jan Van Antwerpen


1906 - 1907 Joseph Vermout


1907 - 1919 Karel Stroobandt


1919 - 1950 Richard Vienne


1950 - 1990 Jerôme Verstraete


1992 - 2014 José Tant


2014 - … … Lynn Leterme


LEUK OM WETEN:



De Oostenrijks-Hongaarse kroonprins Frans Ferdinand en familie verbleven in de jaren 1911 tot 1913 geregeld voor enkele weken in Blankenberge.

Zeer regelmatig was de kroonprins in de Sint-Rochuskerk te vinden om er -naast de liturgie- ook te luisteren naar de fijne klanken van het Sint-Rochusorgel.


De toenmalige organist, Karel Stroobandt, speelde er voor de kroonprins zijn geliefde Bach-muziek.

Copyright © All Rights Reserved tuttisforza.be